COPD (of rokerslong)

Op deze pagina wordt meer informatie gegeven over COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) of chronisch obstructief longlijden. Meestal is roken hiervan de oorzaak, 9 op de 10 COPD-patiënten zijn rokers of ex-rokers. Een rookstop is dan ook het eerste advies bij COPD. Soms kan de ziekte ook ontstaan door langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen op het werk (bv. houtstof, lijm- of verfdampen). Verder zijn er ook erfelijke factoren en ook het effect van de luchtvervuiling (o.a. rol van fijn stof) is niet te onderschatten. COPD is een langzaam evoluerende longaandoening die steeds erger wordt.

Emfyseem

De term COPD benadrukt de aanwezigheid van een blijvende vernauwing van de luchtwegen. Typische presentaties van deze aandoening zijn chronische bronchitis en/of emfyseem, meestal een combinatie van beide. Er is sprake van chronische bronchitis bij een blijvende ontsteking van de vertakkingen van de luchtpijp waardoor de slijmvliezen meer slijm gaan vormen. Als gevolg van deze ontsteking zijn de slijmvliezen dikker en krijgt u het meer benauwd.

In geval van emfyseem wordt een beschadiging van de longblaasjes vastgesteld waardoor de longen hun elasticiteit verliezen en de lucht bij uitademing in de longen opgestapeld blijft. Hierdoor ontstaat er ademnood waardoor patiënten hun inspanning zullen moeten onderbreken om weer op adem te komen. 

De symptomen van COPD kunnen worden verlicht maar een genezing bestaat er op dit ogenblik niet. De beschadiging is onomkeerbaar. Zodra COPD wordt vastgesteld kan men de klachten doen afnemen door te stoppen met roken, geneesmiddelen te inhaleren die de luchtwegen verwijden of door het volgen van een aangepast revalidatieprogramma.

Chronische bronchitis

Klachten bij COPD

Een aanslepende (chronische) hoest, het opgeven van fluimen, piepende ademhaling en een gevoel van kortademigheid zijn typische symptomen. In het begin zijn er enkel klachten bij zware inspanningen. Wanneer er sprake is van ernstig COPD kunnen klachten ook optreden bij geringe inspanning en soms zelfs in rust. Patiënten zijn hierdoor vaak niet langer in staat dagdagelijkse activiteiten uit te oefenen. Zelfs korte afstanden overbruggen wordt dan moeilijk. De meeste patiënten wisselen goede en slechte dagen af. Ook hebben patiënten vaker ’s nachts of ’s ochtends  hinder van de opgesomde klachten tegenover de rest van de dag.

Ten slotte zijn patiënten met COPD meer vatbaar voor bacteriële en/of virale luchtweginfecties. Deze infecties kunnen een plotse toename van de klachten veroorzaken, wat men een COPD-opstoot of exacerbatie noemt. 

Prognose van COPD

COPD kan niet worden genezen. Wel blijft een goede levenskwaliteit mogelijk door gebruik van medicatie, soms chronische zuurstoftherapie, maar ook  door uw levenswijze aan te passen. 

Niet alleen is het aangewezen u correct te informeren, het is ook belangrijk dat u leert te luisteren naar uw lichaam om zelf beter met de klachten te kunnen omgaan. Dit is voor vele patiënten een heuse uitdaging, want het vergt veel zelfdiscipline. 

Begeleidingstraject in geval van een opname

Een opname naar aanleiding van COPD duurt gemiddeld 6 dagen. Dagelijks komt een arts bij u langs, meestal in de voormiddag. Onder leiding van de longartsen is er dagelijks overleg tussen de verschillende leden van ons team waarbij de evolutie van uw toestand (‘zorggraad’) geëvalueerd wordt. Indien aangewezen wordt het behandelplan bijgestuurd.

Een team van artsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten, psychologen en medewerkers van de sociale dienst, die allen deel uitmaken van de dienst longziekten, begeleiden u stap voor stap.

Ons belangrijkste doel is om uw klachten te verminderen zodat u zo snel mogelijk het ziekenhuis kunt verlaten. Op dag 1 hebt u een gesprek met uw behandelend longarts en met de coördinerend COPD-verpleegkundige. Uw klachten en uw persoonlijke situatie worden in kaart gebracht en we geven uitleg over uw verblijf in het ziekenhuis en het begeleidingstraject. 

We maken ook de eerste afspraken in verband met uw verdere behandeling en we bereiden meteen ook al uw vertrek uit het ziekenhuis voor. Samen met medewerkers van de sociale dienst zal de COPD-verpleegkundige nakijken hoe de thuiszorg na uw verblijf in het ziekenhuis het best georganiseerd kan worden. 

Onderzoeken bij een opname

Gedurende uw verblijf in het ziekenhuis onderscheiden we 3 fasen.

Fase 1 

Behalve pols, bloeddruk, temperatuur en zuurstofgehalte in het lichaam wordt de eerste dag van uw verblijf een foto van de longen, een elektrocardiogram (info over de hartfrequentie en –ritme) en een bloedstaal afgenomen. Indien aangewezen wordt gevraagd een fluim op te hoesten dat door het klinisch laboratorium verder zal worden onderzocht. Bij koorts wordt een bloedkweek en een urinestaaltje afgenomen. Beide onderzoeken zijn belangrijk voor het vaststellen van de aard van de infectie. 

Fase 2 

CT-scan

Pols, bloeddruk, zuurstofgehalte in het lichaam en temperatuur worden dagelijks gemeten. Ook wordt iedere ochtend uw gewicht bekeken. Omdat veelal cortisone (meestal Medrol®) wordt aangewend, wordt regelmatig ook uw bloedsuikerwaarden gemeten. Cortisone kan immers aanleiding geven tot een ontregeling van suiker in het bloed. 

Als de longarts het nodig acht, wordt een echografie van het hart ingepland om de invloed van de longproblemen op de hartfunctie te bepalen. Soms gebeurt er ook een CT-scan van de longen om de kwaliteit van het longweefsel te evalueren of bepaalde afwijkingen op te sporen. 

Verder is het ook mogelijk dat een inwendig onderzoek van de luchtwegen (= bronchoscopie) wordt uitgevoerd. Via een dunne slang en een camera worden de luchtwegen bekeken, eventueel kleine stukjes weefsel weggenomen en slijmen verwijderd. 

Het afnemen van  ademtesten gebeurt met een longfunctietoestel. De resultaten hiervan zijn bepalend voor het uitstippelen van een juiste behandeling en o.a. het voorschrijven van puffers.

In geval van twijfel of u ook zuurstof thuis moet krijgen kunnen er bijkomende bloedtesten of een nachtelijke zuurstofsaturatiemeting gepland worden, hierbij wordt de zuurstof gedurende de hele nacht geregistreerd. 

Longfunctietest

Tot slot kan ook een 6 minuten wandeltest of een fietsproef gepland worden. Hierbij wordt de ernst van uw aandoening nagegaan en nagekeken of u na een inspanning eventueel extra zuurstof nodig hebt. 

Tal van geneesmiddelen worden via puffers toegediend. De COPD-verpleegkundige zal u informeren over het correct gebruik ervan.

Zodra uw situatie het toelaat worden ook specifieke spierkracht- en inspanningstesten uitgevoerd. Deze zijn noodzakelijk met het oog op een aangepast herstelprogramma (‘revalidatiebehandelplan’). Vervolgens worden - indien mogelijk - specifieke longrevalidatieprogramma’s opgestart. De mogelijkheid tot het volgen van een rookstopbegeleiding wordt altijd voorgesteld.  

Fase 3 

In deze laatste fase wordt uw vertrek uit het ziekenhuis voorbereid. Op de dag van ontslag neemt de verpleegkundige samen met u en eventueel uw familie alle documenten en afspraken nog eens door. Vragen die u nog hebt kunt u met de verpleegkundige en/of uw arts bespreken. 

Om de thuiszorg op de beste manier te organiseren, krijgt u een aangepast document bestemd voor de huisarts met vermelding van uw medicatie, uw kinesitherapie-behandelplan voor verdere oefeningen thuis, een eventueel advies omtrent voeding, enz.

De medewerkers van de sociale dienst bekijken uw persoonlijke situatie. Zij bekijken of u hulp nodig hebt thuis en organiseren deze desgewenst ook voor u. Als u denkt dat het binnenkort misschien moeilijk wordt om nog thuis te kunnen verblijven, kunnen zij u ook begeleiden bij het zoeken naar andere oplossingen zoals een revalidatie-instelling, serviceflat of rusthuis.

Ook voor vragen van familiale, financiële of administratieve aard kunt u bij de sociale dienst terecht. Met de grootste discretie zoeken zij samen met u naar de meest geschikte oplossing. 

Na het ontslag uit het ziekenhuis neemt u contact op met uw huisarts voor controle en opvolging. Uiteraard is en blijft uw huisarts de vaste schakel in de behandeling van uw ziekte. U kunt steeds bij hem/haar terecht met klachten of vragen m.b.t. medicatie. Indien nog zal uw huisarts u doorsturen naar een specialist.

Medicatie

De eerste noodzakelijke geneesmiddelen krijgt u op de dag van opname via een infuus. Als de situatie het toelaat wordt vanaf dag twee overgeschakeld op medicatie in tabletvorm. Bij inname van het maagonvriendelijke cortisone (Medrol®) krijgt u ook geneesmiddelen ter bescherming van de maag. 

Indien u thuis al medicatie via puffers gebruikt, verzoeken we u om deze mee te brengen naar het ziekenhuis. Ook als u een thuis een voorzetkamer gebruikt om uw puffers toe te dienen is het aan te raden om deze mee te nemen naar het ziekenhuis.

Tijdens een opname in het ziekenhuis wordt vaak verneveltherapie voorgeschreven. Hierbij plaatst de verpleegkundige een klein maskertje verbonden met perslucht waarbij medicatie wordt toegediend via aerosol, met de bedoeling de vernauwde luchtwegen te verwijden. 

Techniek met ventielen

Nieuwe behandelingen

De longartsen van AZ Delta nemen regelmatig deel aan wetenschappelijk onderzoek met nieuwe, veelbelovende behandelingen voor COPD. Het kan gaan om nieuwe medicatie of procedures die de werking van uw longen verbeteren. Het is mogelijk dat men u vraagt of u geïnteresseerd bent om deel te nemen aan dergelijk onderzoek of behandeling. Vraag gerust ook zelf na bij uw behandelend longarts of u hiervoor in aanmerking komt. 

Kinesitherapie

Uw conditie op peil houden is een belangrijk onderdeel in de behandeling van COPD. Om te vermijden dat ze buiten adem raken, zijn COPD-patiënten immers geneigd om alsmaar minder inspanningen te leveren met alle gevolgen van dien. 

Van bij aanvang komt een kinesitherapeut langs op de kamer. Samen met de kinesitherapeut werkt u aan het verbeteren van uw inspanningsvermogen en het in stand houden en versterken van uw algemene spieren en uw ademhalingsspieren. Verder leert u  ook technieken aan voor een correcte ademhaling en het juist ophoesten van fluimen. 

Revalidatie in de oefenzaal

Zodra dit mogelijk is wordt de kinesitherapie voortgezet in de revalidatieafdeling. Eerst wordt uw conditie getest. Vervolgens wordt gestart met oefentherapie om conditie, uithouding en kracht te verbeteren. Het doel is ervoor te zorgen dat u na de ziekenhuisopname opnieuw relatief comfortabel bent en actief kunt functioneren.

In samenspraak met uw huisarts en kinesitherapeut, wordt na uw ontslag uit het ziekenhuis de mogelijkheid geboden om voor de oefensessies naar het ziekenhuis te komen. Zo kunt u onder begeleiding oefenen in de revalidatiezaal. Na een zekere oefenperiode in het ziekenhuis kan u daarna thuis verder een aangepast revalidatieprogramma verderzetten.

Voeding

Voor COPD-patiënten is het belangrijk een goed gewicht te handhaven en de conditie op peil te houden. Goede voeding kan hiertoe bijdragen. Zowel gewichtsverlies als overgewicht kan immers nadelig zijn.

Veel COPD-patiënten verliezen gewicht. Onder andere door herhaalde infecties en/of inname van bepaalde medicatie is de eetlust afgeremd en wordt vaak onvoldoende gegeten. Ook verbruikt het lichaam meer energie dan normaal omdat het zelfs bij gewone activiteiten een grotere ademhalingsinspanning moet leveren. 

Anderzijds hebben sommigen patiënten dan weer last van overgewicht wat de kortademigheid nog doet toenemen. Voedingsadviezen zijn dan ook essentieel om u in staat te stellen uw gewicht op peil te houden. 

De diëtist(e) volgt op of u tijdens de opname voldoende eet en drinkt. Op de eerste of de tweede dag na opname worden uw voedingsgewoonten gescreend.  De diëtist(e) legt u het verband uit tussen een goede voedingstoestand en uw ziekte, bekijkt uw huidig gewicht en de evolutie van uw gewicht de voorbije maanden en jaren en uw voedingspatroon thuis. Eventueel krijgt u dieetadvies en hoe u er thuis goede voedingsgewoontes op kunt nahouden. Zou het niet goed zijn om een streefgewicht voorop te stellen?

In geval er bijvoeding nodig is - al dan niet met sondevoeding - krijgt u daar ook informatie over.

Psychologische begeleiding

Tijdens uw opname kan ook de psycholoog langskomen. COPD brengt immers niet alleen lichamelijke klachten met zich mee, maar vormt vaak ook psychisch een zware dobber. De psycholoog kan u helpen bij het omgaan met en het accepteren van uw ziekte. Een belangrijke doelstelling is samen te bekijken hoe u uw levenskwaliteit op peil houdt ondanks de beperkingen van uw ziekte. 

Ook kan de psycholoog u helpen wanneer u wenst te stoppen met roken. Roken is de belangrijkste risicofactor voor COPD. Een rookstop is dan ook absoluut nodig om verergering van klachten te voorkomen. Stoppen met roken is niet eenvoudig, maar zeker mogelijk. De psycholoog kan hiertoe een eerste aanzet geven.

Vragen

Hebt u na het doornemen van deze infobrochure nog vragen, dan kunt u terecht bij uw longarts of de hoofdverpleegkundige van de dienst waarop u verblijft. 

Meer informatie

Demonstratie-video’s (volg Inhalation videos).

Patiëntenverenigingen voor COPD in België en Nederland

Een website specifiek over longemfyseem:

Longemfyseem

Surf ook eens naar: 

http://deltaplus.azdelta.be/3/#!/longkanker-copy-copy-2-copy-copy-2-copy-copy